MiddelenEr moeten voldoende middelen zijn om de zorgverleners en assistentes te  ondersteunen, zodat ze hun werk goed kunnen uitvoeren. Benodigde middelen variëren van tijd en geld tot huisvesting. Maar ook specifieke procedures vallen onder middelen. Zonder middelen ontstaat frustratie omdat de gemaakte plannen of gewenste werkwijze niet kunnen worden doorgevoerd.


Extra tijd

Omdat veel patiënten problemen op meerdere levensdomeinen hebben, is een regulier consult vaak te kort om dit alles rustig te bespreken. De zorgprofessional moet binnen Krachtige basiszorg daar waar nodig voldoende tijd kunnen nemen om alle leefdomeinen van de patiënt te ontrafelen, eventueel met behulp van het 4D-model (figuur 1). Daarnaast is structureel tijd nodig voor overleg met de collega’s in de wijk omdat er bij complexe problematiek vaak gezamenlijk een behandelroute wordt bepaald.

Extra personeel en/of andere taakverdeling

Binnen Krachtige basiszorg nemen ook de assistentes een belangrijke plaats in. Het is belangrijk dat zij weten hoe zij mensen met complexe problematiek het beste te woord kunnen staan.  In het dashboard van het HIS kan worden aangegeven dat er sprake is van complexe problematiek  zodat dit ook voor assistentes direct zichtbaar is (Bijlage 5a Dashboard Medicom, Bijlage 5b Dasboard Promedico_ASP, Bijlage 5c KBZ-release-ICPC-A69.02). Ook moeten assistentes middels triage (al dan niet in overleg met een daartoe aangewezen huisarts) kunnen inschatten wanneer patiënten direct moeten worden gezien, wanneer zij op een later tijdstip bij hun vaste (eigen) huisarts ingepland moeten worden, of wanneer zij beter bij iemand anders in de praktijk terecht kunnen zoals bijvoorbeeld de praktijkverpleegkundige. Soms is er medisch geen hoge urgentie maar wordt er wel spoed ervaren. Ook dan helpt een aantekening in het dashboard (ICPC A69.02) om te bepalen of een patiënt moet worden gezien en kan er gestuurd worden op ervaren urgentie (Bijlage 6, Triagestroom).

Met name de praktijkondersteuner (POH) kan een belangrijke, laagdrempelige, verbindende rol hebben tussen de huisartsenpraktijk en andere professionals uit de wijk. Veel huisartsenpraktijken die met Krachtige basiszorg werken hebben de POH-formatie uitgebreid. De POH wordt soms ingeschakeld om de 4D gesprekken te voeren en/of patiënten naar een hulpverlener in de wijk te leiden, maar ook om de contacten in de wijk te leggen en te onderhouden. Ook is er vaak een spoed- of omlooparts ingevoerd. Deze ziet de spoedpatiënten en kan de vragen van de dag beantwoorden, zodat de andere huisartsen tijdens hun spreekuur niet gestoord worden (Bijlage 7, Spoedzorg). Ook krijgen assistentes of praktijkverpleegkundigen soms een eigen spreekuur met kleine kwalen.

 Financiering:

Voor Krachtige basiszorg bestaat nog geen structurele betaaltitel. Krachtige basiszorg is in Overvecht ontwikkeld met steun van Zilveren Kruis en de gemeente Utrecht en verschillende projectgelden. Ook is er veel eigen tijd van professionals en organisaties in gestopt. Vanaf 2019 investeren Zilveren Kruis, CZ en de Achterstandsfondsen voor huisartsen in de vier steden twee jaar projectmatig in Krachtige basiszorg. Door zorgverleners, zorgverzekeraars, VWS, ZN en InEen wordt momenteel gepraat over duurzame financiering in 2021. Uitgangspunten hierbij zijn een bedrag per achterstandspatiënt en ruimte voor de inzet van extra personeel, waardoor langere consulten mogelijk zijn en praktijkondersteuners of andere zorgverleners binnen de praktijk extra kunnen worden ingezet om de verbinding met het sociaal domein te leggen. De betaaltitels O&I (Organisatie & Infrastructuur) die zijn bedoeld voor samenwerking, kunnen als cofinanciering dienen.

Informatiemanagement (ICT)

Goede ICT en goed datamanagement ondersteunt de huisartsenpraktijk in het pro-actief werken en de samenwerking in de wijk. Het binnen Krachtige basiszorg ontwikkelde dashboard in het informatiesysteem van  de  huisarts  (HIS)  maakt mensen op basis van hun  gezondheidsrisico of   kwetsbaarheid   zichtbaar zodat professionals kunnen zien wat bijzonderheden van de patiënt zijn en wie er bij het zorgproces van de patiënt betrokken zijn (Bijlage 5a Dashboard Medicom, Bijlage 5b Dasboard Promedico_ASP, Bijlage 5c KBZ-release-ICPC-A69.02).

Huisvesting:

Samenwerking gaat gemakkelijker als men elkaar kent en korte lijnen heeft. Samenwerking tussen professionals en de warme overdracht van patiënten  verloopt gemakkelijker als bijvoorbeeld iemand van de wijkteammedewerkers, GGZ-medewerkers, welzijnscoaches of maatschappelijk werkers één of een paar dagdelen op de praktijk aanwezig zijn. Dit vraagt extra ruimte. Ook wanneer extra personeel wordt aangesteld is er soms extra ruimte nodig.

Registratieafspraken:

Binnen Overvecht zijn een aantal (hulp)middelen ontwikkeld die binnen Krachtige basiszorg worden gebruikt. Zo zijn er registratieafspraken gemaakt in de huisartsenteams voor patiënten met complexe problematiek om de samenwerking tussen huisartsen, assistentes en praktijkondersteuners in complexe situaties veiliger en doelmatiger te maken. Deze registratieafspraken staan in “Dashboard en ADEPD registratie afspraken Krachtige basiszorg” (Bijlage 8).

Ontmoetingsmomenten

Samenwerken begint met elkaar leren kennen. Dit kan door werkplekken te delen, door informele contacten te organiseren zoals bijvoorbeeld lunch- of koffieoverleg, of door deelname van de POH-GGZ aan een overleg van de wijkteams. Wanneer dit structureel is ingepland, kan het overleg soms kort zijn en kost het inplannen weinig tijd. Een andere vorm van samenwerken is het drie-gesprek: een gesprek tussen de cliënt/patiënt, de huisarts en de wijkteammedewerker of het MDO. Er zijn tevens goede ervaringen met casuïstiek besprekingen (zie onder het kopje competenties) en met het gezamenlijk oppakken van projecten in de wijk.

Communicatiemiddelen

Het uitwisselen van contactgegevens is belangrijk voor samenwerking. De Siilo-app wordt veel gebruikt om  met elkaar veilig informatie uit te wisselen (https://www.siilo.com/nl/). Bij het uitwisselen van gegevens moet altijd rekening worden gehouden met de Wet bescherming persoonsgegevens. Dit is een algemene wet die van toepassing is op alle ‘Verantwoordelijken’ die (persoons)gegevens verwerken, waarvan een deel zorggegevens zijn. Specifieke privacyregels die voor persoonsgegevens in de zorg gelden, lopen door alle zorgwetten en zorgthema’s heen.

Samenwerkingsafspraken

Voor de naleving van samenwerking zijn werkafspraken nodig tussen professionals uit de huisartsenpraktijk en medewerkers van het sociaal domein/wijkteams. Er zijn verschillende samenwerkingsafspraken op schrift gesteld. In Bijlage 9: “Samenwerken in de basiszorg medisch en sociaal” wordt een kader geschetst voor het maken van samenwerkingsafspraken tussen wijkteams en huisartsenpraktijken en wordt een aantal tips gegeven. Dit kader voor de samenwerkingsafspraken is op stedelijk niveau bepaald en de exacte samenwerkingsafspraken kunnen per wijk verder worden geconcretiseerd. Een voorbeeld van verder uitgewerkte afspraken staat in bijlage 10: “Werkafspraken Krachtige basiszorg – buurtteam sociaal en huisartsenpraktijk” en in bijlage 10a “Driegesprek”.

Bijlage 11 Samenwerking gebiedsteam GGZ en Basiszorg (BT&HA) geeft weer hoe de verbinding is gelegd tussen de basis GGZ die al langer in de wijk aanwezig is en de specialistische GGZ die als nieuwe ‘partij’naar de wijk toekomt.

Het artikel “Samenwerking bij de zorg voor psychiatrische patiënten in Utrecht Overvecht. De juiste zorg van de juiste behandelaar op de juiste plek” (Bijlage 12), kan als verdieping kan worden gelezen. Hierin staat beschreven hoe de zorg rondom psychiatrische patiënten is georganiseerd. Binnen Krachtige basiszorg zijn de huisartsenpraktijken de wijkteams de spil in de samenwerking en wanneer psychiatrische aandoeningen centraal staan haken ggz-partners, zoals psychologen, psychiaters en verslavingsdeskundigen aan. Bij de samenwerking is het relevant om expliciet af te spreken wie de regie heeft over een bepaald onderwerp of processtap (bijlage 13, Regie beleggen).

Er zijn tevens een aantal routekaarten ontwikkeld voor het verwijzen van bepaalde (patiënten)groepen. Dit zijn Keuzehulp meer bewegen in de wijk Overvecht, mei 2014 (Bijlage 14) , Keuzehulp vitale kinderen in de wijk Overvecht (Bijlage 15) en voor consultatie van de wijkspecialist is er het Factsheet wijkspecialist (Bijlage 16).